Uit de prehistorie van Stichting Maastricht Vestingstad

Geplaatst op 26 september 2021 in Documentatie en Overige

Opening Helpoort

Er is mij gevraagd bij gelegenheid van de opening van het vestingmuseum in de Helpoort op 25 september 2021 iets te vertellen over de prehistorie van Stichting Maastricht Vestingstad. Voor dat verhaal moeten we minstens terug naar 1970 en wellicht nog iets verder. In die tijd zat ik op het Henric van Veldekecollege in Maastricht en was met een aantal medescholieren lid geworden van de afdeling Maastricht van de NJBG (Nederlandse Jeugdbond ter Bestudering van de Geschiedenis). We werden daarin gestimuleerd door onze geschiedenisleraar Orbons en door broeder Sigismund Tagage die elders leraar was. De NJBG organiseerde landelijk allerlei activiteiten en ook de lokale afdeling was actief, zo waren er excursies en lezingen en hielpen we bij archiefonderzoek en opgravingen. We hebben heel wat tijd doorgebracht in de grote kuil die toen in het Vrijthof was gegraven en mede-NJBG-lid Wim Dijkman herinnerde mij tijdens de openingsmiddag er aan dat we ook naar Valkenburg gingen om professor Renaud te helpen bij zijn opgravingen op de kasteelruïne aldaar.

In de Helpoort, in de achttiende eeuw nog een kruitmagazijn, is op 25 september 2021 een vestingmuseum geopend.

Rariteitententoonstelling

Heel bijzonder was ook de rariteitententoonstelling die we toen in maart-april 1970 in de Cellebroederskapel hebben opgezet. Het was een tentoonstelling met allerlei historische objecten die op zich niets met elkaar te maken hadden, maar die wel allemaal een eigen verhaal hadden gekregen. Zo weet ik me nog te herinneren dat we van leraar Orbons een antiek geweer mochten lenen, dat ik zelf van mijn oom, die in de drukkerswereld zat, een oud boek te leen kreeg en dat ook bekende Maastrichtenaren als ingenieur De Ras en Charles Thewissen hun inhoudelijk steentje hebben bijgedragen.

Intussen was het niet allemaal pais en vree, want de Maastrichtse leden vonden dat er toch wel heel veel contributie naar Utrecht ging terwijl er lokaal nauwelijks genoeg overbleef om leuke dingen te organiseren. Dat leidde tot de oprichting van Artefakt, voor jeugd en geschiedenis, een lokale vereniging waarvan de leden alleen lokaal contributie betaalden. Dat was overigens niet een heel harde afscheiding, want zowel NJBG leden als Artefakters namen in goede harmonie deel aan de lokale activiteiten. De vereniging Artefakt gaf het gelijknamige tijdschrift uit met een aantal specials zoals de Strip-Artefakt, Euze Vriethof, Maastricht Vestingstad en een themanummer gewijd aan de Heiligdomsvaart van 1976.

Themanummer Maastricht Vestingstad van het tijdschrift Artefakt, 1975 nummer 3.

Kazematten

In die tijd bezochten de jongeren ook een keer de kazematten onder leiding van Jacques Koch. Die had -vóór de renovatie van Blauw Dorp- naast zijn huis op de Aert van Trichtweg een lange trap die naar beneden ging, een overblijfsel van de schuilkelders uit de Tweede Wereldoorlog. Koch was tijdens de oorlog leider van de schuilkelder Friesland en werkte toen in bakkerij De Ster aan het Volksplein. Na die bewuste rondleiding is niet meteen de ´vestingvonk´ overgeslagen. Dat gebeurde pas in de lente van 1974, de VVV-Maastricht ging toen de rondleidingen in de kazematten intensiveren en wilde die laten starten in het enkele jaren tevoren gerestaureerde bastion Waldeck. Er verscheen een artikel in de krant over gids Koch die toen al een respectabele leeftijd had bereikt en die het jammer vond dat er geen jongeren waren om het stokje van hem over te nemen. Dat was binnen de kringen van de jeugdige geschiedenisliefhebbers niet aan dovemans oren gericht. Ze hebben hulp aangeboden en zijn samen met Hans Kamphoven van de VVV de nieuwe rondleidingsroute gaan opschonen. Dat betekende vooral stenen en rommel oprapen, afvoeren en gevaarlijke spijkers in de muren verwijderen.

Rondleidingen en vestingweken

De eerste nieuwe rondleidingen door de kazematten werden in de zomer van 1974 opgepakt en naast Jacques Koch waren er inmiddels ook al enkele nieuwe gidsen opgeleid die de eerste grote stroom bezoekers konden opvangen. De rondleidingen liepen van bastion Waldeck naar het Goeman Borgesiusplantsoen. Omdat er op een van de eerste avonden maar liefst vierhonderd mensen naar binnen wilden, moest Hans Kamphoven met zijn Mini heen en weer pendelen tussen uitgang en ingang om de gidsen -met brandende lampen (!)- zo snel mogelijk weer met een groep op weg te kunnen laten gaan. De rondleidingsroute was niet ideaal, met name onder het bastion Waldeck was de doorgang aan één kant geblokkeerd door een grote berg grond. Maar ook verderop in de kazematten leek er veel werk te doen. Dat werd des te meer dringend omdat er ook al snel een initiatief ontstond om zogenaamde lange kazemattentochten te gaan organiseren. Die startten in bastion Waldeck en in ongeveer drie uur tijd werd het hele gangenstelsel tot aan bastion Holstein doorkruist waarna weer in Waldeck werd geëindigd. Deze tochten waren jarenlang razend populair en de deelnemers kwamen uit het hele land.

In deze tijd zijn ook de vestingweken geboren, gehouden jaarlijks tijdens de herfstvakantie. Met extra rondleidingen en exposities werden de vestingwerken telkens extra onder de aandacht gebracht. In 1975 organiseerde Artefakt een tentoonstelling Maastricht Vestingstad in de Cellebroederskapel en in de jaren daarna waren er exposities in het fort Sint Pieter en in de hal van het stadsarchief in de Grote Looiersstraat.

De titelpagina van het programma van de vestingweken in 1977. Veel tekeningen werden net als deze in die tijd gemaakt door Ludi Haenen.

Werkgroep kazematten

Vanuit NJBG/Artefakt werd een werkgroep kazematten opgezet met als eerste doel het toegankelijk maken van de versperde doorgang onder bastion Waldeck. Dat leidde tot een landelijke door de NJBG georganiseerde werkweek in de herfstvakantie 1974. Jongeren uit het hele land overnachtten in de caponnière onder het Minister Goeman Borgesiusplantsoen waar nu het schuiilkeldermuseum gevestigd is. De gemeente Maastricht ondersteunde door materialen zoals kruiwagens, schoppen, een driepoot en een lier beschikbaar te stellen. De grond werd vanuit het Waldeckpark door middel van containers, eveneens op kosten van de gemeente, afgevoerd. Dit werk was natuurlijk in het belang van de VVV die de rondleidingen organiseerde, maar ik heb achteraf toch ook wel het idee dat het feit dat Bèr Dols lid was van Artefakt en de werkgroep zeker ook heeft bijgedragen aan de souplesse waarmee een en ander binnen de gemeente werd afgehandeld. Bèr´s vader was namelijk wethouder van Openbare Werken in Maastricht.

Het jaarverslag van de werkgroep kazematten 1975. Op de voorpagina een plattegrond van het gangenstelsel Waldeck waar in de herfst van 1974 een belangrijke doorgang werd vrij gegraven. De berg grond die werd opgeruimd bevond zich in het gangdeel waar het linkse cijfer 10 op deze plattegrond staat.

Iedere zaterdag

Daarna ontstonden er plannen om in de kazematten verder te gaan werken aan de toegankelijkheid van de gangen. Dat had wat meer voeten in aarde en de toestemming van de gemeente om die werkzaamheden te gaan uitvoeren, werd pas in mei 1975 verkregen. Mogelijk had dat ook te maken met het gebruik van delen van het gangenstelsel als schuilkelder. Met de toestemming stelde de gemeente opnieuw materialen en containers beschikbaar. Vanaf die tijd werd er wekelijks op de zaterdag, gemiddeld vanaf ongeveer 10.00 uur gegraven. Het dagdoel was primair het vol krijgen van de container en de belangstelling onder jongeren om hier een bijdrage aan te leveren was groot. Er waren regelmatig meer handen beschikbaar dan dat er schoppen of kruiwagens waren. Zo konden er ook regelmatig groepjes op verkenning gaan om onder andere plannen te maken voor nieuwe ondergrondse projecten.

De werkgroep kazematten, later gewoon ´de werkgroep´, heeft tot 1996 bestaan en heeft ook projecten uitgevoerd op fort Sint Pieter, fort Willem, de nieuwe Bossche Fronten, de Linie van Du Moulin en werd ook steevast ingezet ter ondersteuning op Open Monumentendagen.

Stichting Maastricht Vestingstad

Door enkele mensen vanuit deze actieve groep is in 1976 Stichting Maastricht Vestingstad opgericht. Er waren enkele duidelijke prikkels die dit initiatief hebben bevorderd. In de eerste plaats merkten werkers van het eerste uur dat zij langzaam aan de leeftijdsgrens die door de jeugdverenigingen werden gehanteerd, benaderden waarmee een einde zou komen aan het werk vanuit die verenigingen. Een andere duidelijke prikkel was de sloop van het bastion Randwyck en de daarachter gelegen redoute van Vauban. De oprichting van een stichting zou een halt moeten toeroepen aan verdere sloop en verval van de vestingwerken van Maastricht. In de oprichtingsakte staan Hemmy Clevis en ikzelf vermeld als oprichters, maar er waren ook in die tijd natuurlijk al veel meer mensen bij betrokken. Wij hebben ons destijds tot notaris Kerkhofs op de Wilhelminasingel gewend en die heeft ons toen prima geholpen bij het opstellen van de statuten. Tot onze grote verbazing wilde hij ook geen kosten in rekening brengen vanwege de sympathieke doelstellingen van de stichting.

De stichting is opgericht op 27 augustus 1976 en bestaat dus inmiddels 45 jaar! Zelf ben ik tot in de herfst van 1996 actief geweest binnen de stichting en binnen het stichtingsbestuur.

De werkgroep kazematten is daarna onderdeel van de stichting geworden en NJBG-afdeling en vereniging Artefakt zijn geleidelijk aan uitgedoofd.

Jos Notermans

26 september 2021

Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief

Aanmelden