De Brusselsepoort

Geplaatst op 19 juli 2021 in Stadsmuren en Stadspoorten

De stadszijde van de Brusselsepoort op een foto van Theodor Weijnen, gemaakt in juni 1868. Particuliere collectie.

Inleiding

Wie tot het jaar 1860 de stad Maastricht in noordwestelijke richting wilde verlaten, moest daartoe de Brusselsepoort passeren. De poortdoorgang was gelegen aan het einde van de tegenwoordige Brusselsestraat en werd daar gemarkeerd door een gothische boog. Vanaf dat punt betrad de reiziger een meer dan vijftig meter lange tunnel die een bijna haakse bocht naar links maakte. Er was dus geen rechtstreeks zicht op de uitgang van de poort. Halverwege de tunnel was er wel nog een lichtopening aangebracht. De poortpassage was ongeveer vier meter breed en vijf meter hoog. Het geheel moet een wat donkere en onheilspellende indruk hebben gegeven. De poortpassage lag op een van de belangrijkste verkeersaders van de stad hetgeen voor het nodige ongerief zorgde als twee wagens elkaar in de tunnel moesten passeren. In het kader van de ontmanteling werd de poort in 1868 gesloopt.  

De Brusselsepoort op de stadsplattegrond van Johannes Bleau uit 1649. We zien een poortgebouw met vier torens en het ravelijn dat in de jaren 1577-1579 werd opgeworpen en de poort aan de buitenkant dekt. Dit is een fantasievoorstelling van het poortgebouw omdat we weten dat er al in de jaren 1470-1480 aan de veldzijde van de gracht twee torens werden bijgebouwd die ervoor zorgden dat de uitgang van het poortcomplex op het zuiden -op deze tekening beneden- kwam te liggen. Deze plattegrond is o.a. te vinden in het RHCL als LGOG 1070.

Bouwgeschiedenis

Toen aan het einde van de dertiende eeuw Maastricht een nieuwe stadsomsluiting kreeg, was het logisch dat er in het verloop van de weg die vanuit de Tweebergenpoort in de eerste stadsmuur vertrok, een nieuwe doorgang werd aangelegd. Morreau schrijft dat het onduidelijk is of de  poort eerst in hout of meteen in steen werd uitgevoerd, maar dat het wel waarschijnlijk is dat er meteen een stenen gebouw verrees.[1] De poort werd destijds Buitenste Tweebergenpoort en ook wel Wijmeringenpoort of Wijnbergenpoort genoemd. Na verloop van tijd werd de naam Brusselsepoort het meest gangbaar.

Het oorspronkelijke poortgebouw had een rechthoekige plattegrond, een verdieping met zadeldak boven de poortdoorgang en twee naar voren uitspringende torens met een spitse kap. De poortdoorgang had een spits booggewelf en was voorzien van een dubbele deur en van een valhek dat vanuit de verdieping kon worden bediend. Nadat de bovenverdieping was afgebroken in verband met de modernisatie van de vestingwerken, kwam er bovenop de poort een orgel- of schotbalkhuisje voor de bediening van het valhek.[2]

Aan de veldzijde van de poort lag er een brug over de droge gracht. Vlak voor de poort zal hier een ophaalbrug zijn geweest. De brug kon aan de veldzijde van de droge gracht met en sluitboom worden afgesloten.

Tussen 1470 en 1480 kwam vóór het oorspronkelijke poortgebouw een zogenaamde barbacane tot stand. Die bestond uit twee extra torens die aan de veldzijde van de droge gracht werden gebouwd. Deze nieuwe torens werden door middel van verbindingsmuren aan de oude poort gekoppeld. De uitgang van deze voorpoort kwam op het zuiden te liggen waardoor de eerder genoemde bocht in de poortdoorgang ontstond. Hierdoor werd de poortingang aan het directe zicht van een belegeraar onttrokken. De noordelijke toren van de barbacane had een opvallend grote doorsnede en is in dat opzicht te vergelijken met de bolwerken Vijf Koppen en Haat en Nijd.

Schetsmatige weergave van de barbacane die tussen 1470 en 1480 tot stand kwam vóór het oorspronkelijke poortgebouw. De twee torens onderaan de schets horen bij de oorspronkelijke poort en de muren naar boven en de twee torens bovenaan vormen de barbacane. De rechter toren heeft een opvallend grote doorsnede. Deze schets kwam tot stand op basis van het plattegrondje van de aangetroffen restanten zoals dat door Jan Brabant in 1868 werd gemaakt.

Vanuit deze twee  nieuwe torens kon het voorterrein aan weerszijden van de poort goed worden bestreken.[3] De torens van de Brusselsepoort werden in 1544 gevuld met grond waardoor vanaf het bovenvlak met zwaarder geschut kon worden gevuurd.[4]

In de jaren 1577-1579 kwam voor de poort een ravelijn, een groot vijfhoekig vestingwerk tot stand dat de poort zelf voor een vijand volledig aan het zicht onttrok. Dergelijke ravelijnen werden in die periode ook aangelegd een aantal andere stadspoorten. Het waren lage verdedigingswerken die met aarde werden opgeworpen. Ruim een eeuw later, in 1686, werd ter plaatse van de poort een muurbastion gebouwd. Het bastion was grotendeels in baksteen opgetrokken alleen de voet van de muur, de hoeken en zogenaamde kettingen in het metselwerk bestonden uit mergelblokken.[5] De poort kreeg daarmee haar uiterlijk dat tot 1868 zou blijven bestaan.

Uit de geschiedenis van de poort

Tijdens de belegering van 1579 door de Spanjaarden onder leiding van Alexander Farnese kreeg de Brusselsepoort het zwaar te verduren. Na enkele mislukte aanvallen op andere delen van de vesting gingen de Spanjaarden zich concentreren op de omgeving van de poort. Farnese liet vóór de poort een groot geschutplatform opwerpen en beschoot vanaf dat platform de poort en de aangrenzende delen van de vesting. De strijd golfde wekenlang op en neer en de beslissing viel uiteindelijk bij een tweetal aarden verschansingen die binnen de stad, achter de poort waren opgeworpen.

Plattegrond van de Brusselsepoort tijdens de belegering van 1579. We zien hier Spaanse kanonnen op de stadsmuur staan die de stad en een retranchement achter de muur konden bestrijken. Dit plattegrondje bevindt zich in het Archivio di Stato in Turijn.

De Spanjaarden wisten achtereenvolgens het ravelijn voor de Brusselsepoort, het reduit binnen het ravelijn, de grote voortoren van de Brusselsepoort en de poort met aansluitende stadsmuur in handen te krijgen. De laatste verdedigers werden in de vroege ochtend van 29 juni 1579 onder de voet gelopen. De poort en haar omgeving liepen bij deze belegering zoveel schade op dat de doorgang pas weer in 1581 voor het verkeer kon worden geopend.[6]

Bij de belegering van 1632 door Staatse troepen onder aanvoering van prins Frederik Hendrik, de stedendwinger, was opnieuw een hoofdrol weggelegd voor de Brusselsepoort. De belegeraars richtten hun aanval op de vestingmuren aan weerszijden van de poort. Achter de poortdoorgang was opnieuw een aarden retranchement opgeworpen. Tijdens deze belegering greep de burgerij in, de burgers waren namelijk bang voor een nieuwe plundering van de stad als deze weer stormenderhand zou worden ingenomen. Daarom bezetten de burgers op 21 augustus de Maasbrug en de Brusselsepoort en met deze twee strategische posities in bezit, wisten ze het Spaanse garnizoen tot overgave te dwingen.

Ook tijdens de belegering van 1673 door het Franse leger onder aanvoering van Zonnekoning Lodewijk XIV liep de Brusselsepoort zware oorlogsschade op. Nadat de Fransen de stad hadden ingenomen, werd die schade nog in hetzelfde jaar hersteld. De poort kreeg bij die gelegenheid een nieuw valhek en een nieuwe ophaalbrug.

De veldzijde van de Brusselsepoort in 1868, foto Th. Weijnen. In het midden tussen de bomen door zijn de daken van een van de huizenrijen aan de Brusselsestraat te zien. Het is duidelijk dat de poortuitgang een heel andere oriëntatie heeft als de straat achter de poort. Particuliere collectie.

Sloop in 1868

In het kader van de ontmanteling van de vesting werd op 4 april 1868 bestek nummer 4 aanbesteed. De titel luidde: ´Bestek en voorwaarden wegens het maken van eenen nieuwen uitgang door de vestingwerken vóór de Brusselsepoort te (Maastricht)´. In het bestek lezen we dat het gaat om het verleggen van de rijksweg van Maastricht naar Maaseijk door de vestingwerken. De binnengrens van het werk is de binnenkant van de poort en de buitengrens ligt aan de teen van het glacis, dat wil zeggen de buitenkant van de vesting.[7] Hoewel de titel van het bestek dit niet meteen zou doen vermoeden, laat de tekst er geen twijfel over bestaan dat de hele Brusselsepoort moet worden afgebroken. Ook moeten de twee wachthuizen, twee ophaalbruggen en de daarbij behorende vaste brug worden gesloopt. De nieuw aan te leggen verbindingsweg loopt niet alleen door de Brusselsepoort en het bastion Brussel, maar ook door de werken Louise en Raden van State. Die beide laatste vestingwerken moeten dus ook gedeeltelijk worden geëgaliseerd.

Jan Brabant heeft in 1868 nog een impressie gegeven van de tunnel die in feite de poortdoorgang vormde. Hij heeft daarbij uiteraard het perspectief wat geweld aangedaan om een en ander duidelijk te maken. Links achteraan ligt de ingang aan de Brusselsestraat en rechts zien we de uitgang van de poort. RHCL LGOG 10129

Aannemer van dit bestek werd een zekere J.G. Houben voor een bedrag van fl 12.950,–.[8] Het werk moest op 15 augustus 1868 al worden opgeleverd en op die dag zou de nieuwe weg ook door het verkeer in gebruik worden genomen. Een tweede oplevering werd gepland op 1 mei 1869 en de aannemer zou tot die datum verantwoordelijk blijven voor het onderhoud aan het opgeleverde werk.

Aannemer Houben moet voortvarend te werk zijn gegaan, want Victor de Stuers meldde op 11 mei 1868 dat de afbraak van de poort al vrij ver gevorderd was, maar dat de poortgewelven wel nog overeind stonden.[9]

De Stuers vermeldde ook dat er tekeningen van de Brusselsepoort waren gemaakt, maar dat hij over de kwaliteit van die tekeningen minder tevreden was. Zelf maakte hij een schetsje van de situatie bij de Brusselsepoort. Jan Brabant maakte tijdens de sloop van de poort een behoorlijk aantal tekeningen waarop hij de vorderingen van het sloopproces volgt en de aandacht vestigt op de aangetroffen bijzonderheden. Hij tekende ook een plattegrond waarop hij zijn interpretatie van de aangetroffen resten weergeeft.

Plattegrond en doorsnede van de Brusselsepoort bij de sloop in 1868. Linksboven de uitgang van de poort, rechts daarnaast een lengtedoorsnede over de poorttunnel en rechts daarvan de ingang bovenaan de Brusselsestraat. In het midden beneden een plattegrond van de poorttunnel en een plattegrond van het bastion Brussel waar de poorttunnel in lag. Herkomst onbekend.

Het heden

De stadspoort met de naam Brusselsepoort is volledig verdwenen uit het straatbeeld. Waarschijnlijk bevinden zich onder de grond wel nog aanzienlijke resten omdat ook hier slechts tot onder het nieuwe maaiveld werd gesloopt. De plaats waar de poortdoorgang begon, is met enige moeite wel nog bij benadering te herkennen in het straatbeeld. We zien namelijk aan het einde van de Brusselsestraat, vanaf de kruising met de Nicolaasstraat dat de straat breder wordt en de huizen aan weerszijden als het ware naar achteren wijken. De bredere straat markeert dan de plek waar de poort heeft gelegen.

De naam Brusselsepoort leeft wel voort in het gelijknamige winkelcentrum dat op enkele honderden meters afstand van de oorspronkelijke poortlocatie ligt.

Een van de potloodtekeningen die Jan Brabant maakte tijdens de sloop van de Brusselsepoort. RHCL LGOG 1163.

Jos Notermans

19 juli 2021


[1] L.J. Morreau, Bolwerk der Nederlanden (Bolwerk), Assen 1979, 33 en 34.

[2] Ibid, 88.

[3] Ibid, 44.

[4] Ibid, 53.

[5] Ibid, 74/76.

[6] Ibid, 63.

[7] In het bestek wordt de buitengrens omschreven als ´de snijding met den bestaanden kunstweg naar Maaseijk, maar dit komt in feite overeen met de buitenzijde ofwel de teen van het glacis.

[8] Limburger 4 april 1868 no 43, pag 3 kolom 3.

[9] Brief van Victor de Stuers aan C. Leemans d.d. 11 mei 1868, Nationaal Archief, Archief van de Commissie der Kon. Ac. Van Wetenschappen voor de Overblijfselen der Oude Vaderlandsche Kunst, inv nr 2.