De aannemer van het hospitaal

Geplaatst op 30 januari 2021 in Garnizoen en Hospitalen

Een pamflet waarin in het jaar 1786 de aanbesteding van de verzorging in het militair hospitaal van Maastricht wordt aangekondigd.

Dit artikel is een bewerking van een artikel dat in 1988 in het tijdschrift Om de Vesting verscheen.




In de organisatie van het militair hospitaal speelde de aannemer in de achttiende eeuw een belangrijke rol. Het Staatse leger ging er in het begin van die eeuw toe over voeding, verpleging en soms ook de medische zorg in de hospitalen uit te besteden aan particulieren. Dat gebeurde door een systeem van aanneming dat bij de intendance al langer gebruikelijk was.[1] De eerst bekende overeenkomst met een aannemer voor het hospitaal van Maastricht stamt uit 1702. Op 1 juli van dat jaar kreeg Floris van der Putten zijn aanstelling als aannemer.[2] In een bijlage bij deze overeenkomst wordt een zekere Johan Boomhouer als voorganger genoemd. De overeenkomst met deze Boomhouer moet geen groot succes zijn geweest, want Van der Putten wordt bedreigd met nietig verklaring van zijn contract als hij het zou wagen deze voorganger als ´opsichter of Contrerolleur´ tot het hospitaal toe te laten.

Taken van de aannemer
De aannemer diende te zorgen voor de voeding van de verpleging van de opgenomen patiënten. De krijgsraad in Maastricht besteedde deze onderneming meestal voor zes jaar uit aan diegene die dit het goedkoopst wilde doen.[3] De aannemer had geen vast salaris in tegenstelling tot andere functionarissen in het hospitaal zoals de medicinae doctor of de chirurgijn. Hij ontving per opgenomen zieke een bedrag per dag. Dit bedrag was opgebouwd uit een bijdrage uit de hospitaalkas en een bijdrage van de compagniescommandant van de zieke.[4] Naast deze geldelijke vergoeding genoot de aannemer nog een aantal voordelen en voorrechten. Hij woonde gratis in de bij het hospitaal behorende woning en hij mocht de tuin voor eigen profijt gebruiken. Ook had hij het recht om te bakken en brouwen en genoot hij geruime tijd vrijstelling van stedelijke belastingen op brood en bier.[5] Een poging om ook vrijstelling te krijgen van accijns op koffie en thee, strandde in 1744.[6] De taken van de aannemer worden op meerdere plaatsen uitvoering beschreven.[7] De taken lijken overigens tussen 1702 en 1749 aanzienlijk te zijn verzwaard. Het reglement uit 1749 omvat meer en ook striktere bepalingen voor de aannemer.

Het valt bijvoorbeeld op dat in 1702 de benodigde hospitaalgoederen nog door de ontvanger worden geleverd en dat de aannemer er in 1749 voor moet zorgen. Hij moet zelf over voldoende goederen beschikken om de zieke soldaten ook onder buitengewone omstandigheden en bij besmettelijke ziekten naar behoren te verzorgen. Het reglement uit 1749 legt ook de verantwoordelijkheid voor de hygiëne in de instelling bij de aannemer. Hij moet het hele gebouw jaarlijks laten reinigen en witten en dient ervoor te zorgen dat de ziekenzalen dagelijks geveegd en gereinigd worden en zo nodig meermaals per dag. Het poetswerk moet bij voorkeur voor de dagelijkse visite van arts en chirurgijn gebeuren en bij die gelegenheid moet hij ook iets doen aan de kwalijke geur in de lokalen door het branden van jeneverbessen of welriekende houtsoorten of door ´uitwaazeming van Azijn´.

Ook het schoon houden van de bedden is zijn verantwoordelijkheid. Er is voorgeschreven dat de matrassen ´s zomers minsten tweemaal moesten worden gewassen en van vers stro voorzien. De strozakken gebruikt voor de ´Convalescenten´ worden minstens eenmaal per jaar vervangen en die van de zieken zo vaak als dat door arts en chirurgijn nodig wordt geacht. Bedden waarin een soldaat is overleden, mogen pas opnieuw in gebruik worden genomen als lakens, dekens en bedstro zijn vernieuwd. De kleding voor de patiënten komt ook voor rekening van de aannemer, ze moet in de zomer wekelijks worden verschoond en in de winter elke negen of tien dagen.

Een verschil tussen de eerste overeenkomst uit 1702 en het reglement uit 1749 is ook te vinden in het leveren van verbandmiddelen en andere zaken gebruikt bij de verpleging zoals ´Wintzels, Compressen, Plukzel en Werk´, maar ook ´Wijnen ´t zy Roode of andere dewelke dienen tot Stoovinge, of andere uitterlyke gebruiken als mede Azyn, Melk en zuivere Franze Brandewyn van geen Koorn gemaakt´. In 1749 moet de aannemer dit alles op zijn kosten leveren.

Het lagere personeel zoals ´Meiden en Oppassers´ zijn in dienst van de aannemer. Hij moet de administratie bij houden van dagelijks in het hospitaal opgenomen patiënten. Dat is uiteraard ook in zijn eigen belang omdat zijn vergoeding op dat aantal is gebaseerd. Tenslotte komen brandstof voor verlichting en verwarming en de voeding voor zijn rekening.

Aannemers
Als aannemer hebben we al Johan Boomhouer en Floris van der Putten ontmoet. In 1745 was het een zekere Jacques Elie Porette of Poirette[8] en in 1746 en 1747 diens weduwe[9]. Vanaf 1748 is J. Maul[10] de aannemer en in 1786 een zekere Schmid of Smit[11]. Daarna komen we de weduwe Smit[12] (1793) tegen en vervolgens J.N. Wendel[13] (1793) en diens weduwe[14] (1794).


[1] A.H.M. Kerkhof, Over de geneeskundige verzorging in het Staatse leger, proefschrift, Nijmegen 1976.
[2] Conditien Ende Voorwaerden onder de welke d´ondergeschreevene op heeden met Floris Van der Putten hebben over het alimenteeren, regeeren en ondergehouden vande Siecke en gequeste Soldaeten van ´t Guarnisoen deser Stat Maestright geaccordeert als volght … RHCL RAL Magazijnlijst Oud Militaire Archieven.
[3] Memoire de la Maniere dont j´ai vu ou apris que l´Hopital de Maastricht est gouverne depuis que j´en ai été Medecin savous depuis 1736 jusqu´au tems du Siège arrivé en 1748, artikel 7. Deze memorie is toe te schrijven aan Adrianus Pelerin die vanaf 1736 een aanstelling als medicinae doctor had aan het hospitaal. RHCL RAL Magazijnlijst Oud Militaire Archieven inv nr 47/20.
[4] Ordre en Reglement voor het militaire hospitaal des guarnisoens van Maastricht dd 30 april 1749 (drukwerk), Nationaal Archief Raad van State inv nr 1909.
[5] Ibid.
[6] RHCL GAM, Raadsnotulen 23 september 1744.
[7] Onder andere Conditien en Voorwaerden 1702, Memoire de la Maniere en Reglement 1749.
[8] Porette, Nationaal Archief, Raad van State Resolutie van 17 november 1745.
[9] Weduwe Porette, Nationaal Archief, Raad van State Resoluties van 4 augustus 1746 en 29 november 1747.
[10]J. Maul, Nationaal Archief, Raad van State Resoluties van 3 februari 1749 en 12 juli 1752 en halfjaarsstaten van het hospitaal over de jaren 1771-1779.
[11] Entrepreneur Smit, Nationaal Archief, Raad van State halfjaarsstaat eerste helft 1786.
[12] Weduwe Smit, Nationaal Archief, Raad van State, Resolutie van 3 mei 1793.
[13] J.N. Wendel, Nationaal Archief, Raad van State, Resolutie van 9 juli 1793.
[14] Weduwe Wendel, Nationaal Archief, Raad van State, resolutie van 13 januari 1794.

Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief

Aanmelden